Thomas Pattikawa
Molukse veteraan van de Koninklijke Marine
Bij de Koninklijke Marine
Thomas Pattikawa wordt op 23 december 1901 geboren in het dorp Oma op het eiland Haruku op de Molukken. Op 17-jarige leeftijd meldt hij zich aan als leerling bij de Koninklijke Marine. In de stamboeken wordt hij geregistreerd met nummer 32285. Hij heeft o.a. gediend in Australië en was aanwezig bij de kroning van Keizer Hirohito in Japan in 1928. Hij trouwt met Sara Siahaya. Zij is eveneens afkomstig van het eiland Haruku, waar zij in 1906 geboren is in het dorp Halaliu. Het gezin krijgt zes kinderen: Lodik, Ann, Joop, Stien, Eddy en Els. De moeilijkste tijd in hun leven zijn de jaren dat ze moeten onderduiken in de binnenlanden van Oost-Java tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in de Tweede Wereldoorlog.
Na de oorlog roepen inheemse Indonesiërs op 17 augustus 1945 de onafhankelijke Republik Indonesia uit. Tot aan de soevereiniteitsoverdracht in december 1949 woedt er een hevige strijd tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Indonesische vrijheidsstrijders (zie ook: Nederland en de Molukken – Historische context). De Molukse marinemannen en KNIL-soldaten verkeren in een moeilijke positie. Zij die niet kiezen voor aansluiting bij het Indonesisch Nationaal Leger hopen dat zij op de Molukken gedemobiliseerd worden, waar op dat moment gestreden wordt voor een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken (Republik Maluku Selatan/RMS). Uiteindelijk besluit de Nederlandse Regering de Molukse militairen en marinemannen op last van een dienstbevel ’tijdelijk’ naar Nederland over te brengen met de belofte dat ze op een later moment terug kunnen keren naar de RMS. Tussen 21 maart en 22 juni 1951 brengen elf grote passagiersschepen met 12.500 Molukse KNIL-soldaten en marinemannen met hun gezinnen van Indonesië naar Nederland. De Molukse marinemannen worden niet uit militaire dienst ontslagen. Zij blijven in dienst van de Koninklijke Marine en worden aangeduid als “inlandse schepelingen”. Dit in tegenstelling tot de KNIL-soldaten, die direct na aankomst in Nederland uit militaire dienst worden ontslagen.
Het gezin Pattikawa in Nederland
Thomas en zijn gezin maken de overtocht op het passagierschip De Atlantis dat een maand na vertrek op 23 maart 1951 aan de Wilhelminakade in Rotterdam aanmeert. Na twee jaar gewoond te hebben in het marinekamp aan de Huizensestraatweg/wijk Malbruggen in Arnhem verhuist het gezin naar Leiden. Thomas werkt tot aan zijn pensioen (op 50-jarige leeftijd) bij de marine op marinevliegkamp Valkenburg. Daarna is hij tot aan zijn AOW-leeftijd werkzaam geweest in de burgermaatschappij o.a. bij de Adler typemachine fabriek in Leiden (voormalig Royal Mcbee). Van 15 november 1953 tot aan zijn overlijden op 26 januari 1986 woonde hij aan de Hoflaan 44 in Leiden waar het gezin Pattikawa-Siahaya is uitgegroeid van zeven leden bij aankomst in Nederland tot een grote familie met vele kleinkinderen en achterkleinkinderen.
Een graf op Rhijnhof
Thomas overlijdt op 26 januari 1986 en wordt op Rhijnhof begraven in familiegraf 006452-EOO-027. Vier jaar later wordt ook zijn vrouw Sara in dit graf bijgezet. Op het graf ligt een opengeslagen Bijbel met de tekst
Weest blijde in de hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed – Romeinen 12:12
In 2020 wordt schoonzoon Mozes Workala als laatste in het graf begraven.
Op Rhijnhof liggen zeven graven van Molukse veteranen van de Koninklijke Marine. In 2024 besluit het Leidse college van burgemeester en wethouders deze graven een beschermde en bijzondere status te geven. Zij garanderen het voortbestaan van de graven voor een periode van 30 jaar tot 2054. De grafrechten en onderhoudskosten zijn tot die periode door gemeente Leiden voldaan. Het is een teken van eerbetoon en eerherstel voor het leed dat de Molukkers van de eerste generatie is aangedaan na hun komst uit Indonesië naar Nederland in 1951.
Meer weten over de zeven Marine-Molukkers op Rhijnhof, klik dan op hun naam.

















