Henri Flu
Geliefd huisarts en oorlogsslachtoffer.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog gefusilleerd door de bezetter.
Familie
Zoon van professor P.C. Flu (hoogleraar tropische ziekten) die in hetzelfde graf ligt (link)
Opleiding/Studie
Stedelijk Gymnasium in Leiden, geneeskunde aan de Leidse Universiteit.
Levensloop
Op 3 januari 1944 werd G.W. Diederix, directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau en fanatiek NSB’er neergeschoten door het verzet. De dag erna werden als vergelding 35 willekeurige Leidenaren opgepakt door de Sicherheitspolizei en overgebracht naar het Leidse politiebureau. Drie prominenten, waaronder Hans Flu werden nog diezelfde avond geliquideerd. Flu vond de dood op de kruising Rijksstraatweg en Endegeesterstraatweg te Oegstgeest. Hij werd zogenaamd ‘op de vlucht’ neergeschoten. De codenaam waaronder de Duitsers
“Gepasseerde nacht, bij stormweder, werd men hier verontrust door opvolgende kanonschoten. Het bleek ons, op den zeedijk komende, maar al te spoedig dat het noodschoten waren van een schip, dat zich in de richting van de Zuider Haaks bevond. Eenige ogenblikken daarna vertoonde zich aan ons oog een aller interessantst tooneel, een schitterend noodvuur werd op het schip ontstoken, waardoor schip en tuig – niettegenstaande de stikdonkere nacht en den verren afstand – geheel zigtbaar werden; zelfs de bewegingen op het dek kon men waarnemen. Duidelijk bleek het dat de toestand der opvarenden zeer hagchelijk was, daar het schip elk oogenblik uit elkander kon slaan, zonder dat bij deze hoogloopende zeeën
eenige redding mogelijk was.”
“Gepasseerde nacht, bij stormweder, werd men hier verontrust door opvolgende kanonschoten. Het bleek ons, op den zeedijk komende, maar al te spoedig dat het noodschoten waren van een schip, dat zich in de richting van de Zuider Haaks bevond. Eenige ogenblikken daarna vertoonde zich aan ons oog een aller interessantst tooneel, een schitterend noodvuur werd op het schip ontstoken, waardoor schip en tuig – niettegenstaande de stikdonkere nacht en den verren afstand – geheel zigtbaar werden; zelfs de bewegingen op het dek kon men waarnemen. Duidelijk bleek het dat de toestand der opvarenden zeer hagchelijk was, daar het schip elk oogenblik uit elkander kon slaan, zonder dat bij deze hoogloopende zeeën
eenige redding mogelijk was.”

