Henri Flu
Geliefd huisarts en oorlogsslachtoffer.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog gefusilleerd door de bezetter.
Familie
Henri (Hans) is de zoon van professor Paul Christiaan Flu, hoogleraar tropische ziekten en rector magnificus van de Universiteit Leiden. Vader en zoon liggen in hetzelfde graf.
Opleiding
Stedelijk Gymnasium in Leiden. Geneeskunde aan de Leidse Universiteit.
Levensloop
Na zijn studie geneeskunde vestigt Hans Flu zich in 1941 als huisarts in Oegstgeest. Later verhuist hij naar de Lammenschansweg 11 in Leiden. Naast zijn praktijk als huisarts werkt hij ook als schoolarts en controlerend geneesheer. Hij geniet veel aanzien bij zijn patiënten. Zijn loopbaan wordt wreed onderbroken in de Tweede Wereldoorlog.
Silbertanne
Op 3 januari 1944 wordt Willem Diederix, directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau en fanatiek NSB’er neergeschoten door drie leden van het verzet. H.A. Rauter, de SS-baas in Nederland, laat als represaille 35 mannen in gijzeling nemen, waaronder vader en zoon Flu. Hans is bezig met zijn spreekuur als Hans Hoffmann en Marinus Jansen binnenlopen en hem voor verhoor meenemen naar het politiebureau. Nog dezelfde avond worden drie prominente gijzelaars -Christiaan de Jong, conrector van het Stedelijk Gymnasium, Harmen Douma, voorzitter van de Eerste Leidse Schoolvereniging en huisarts Hans Flu- geliquideerd. Flu wordt vanuit het politiebureau meegenomen door Hoffmann in zijn dienstauto. Even buiten Leiden, richting Oegstgeest op de kruising Rijksstraatweg en Endegeesterstraatweg laat hij de huisarts uitstappen en schiet hem ‘op de vlucht’ door het hoofd. De codenaam waaronder de Duitsers dergelijke represailles uitvoerden was Silbertanne.
De naam Henri Flu staat op het Monument voor Surinaamse Gevallenen van de Tweede Wereldoorlog aan de Waterkant in Paramaribo, Suriname, vlak boven die van Anton de Kom.
Oorlogsslachtoffer
Henri Flu is een bij de Oorlogsgravenstichting geregistreerd oorlogsslachtoffer. Oorlogsslachtoffers zijn burgers en militairen die in de strijd met de vijand of door hun handelingen of houding tegenover de vijand het leven hebben verloren. Ook mensen die tijdens de door de vijand opgelegde internering of vervolging overleden zijn, worden ertoe gerekend.


