Hendrik Johannes Jesse
Leids Architect
Jeugd en opleiding
Hendrik Johannes Jesse wordt in 1860 geboren in Zaltbommel als zoon van apotheker Jan Jesse en Dorothea Angenita Helena van Staveren. Hij heeft twee broers en een zus. Zijn ouders komen uit Leiden en verhuizen in 1883 terug naar hun geboortestad. Tegen die tijd is zoon Hendrik al een behoorlijk eind op weg om architect te worden. Hij weet al van jongs af aan dat hij architect wil worden. In die tijd is daarvoor geen echte opleiding, maar leert men dat vak in de praktijk. In Zaltbommel rondt Hendrik in 1877 de driejarige HBS voor jongens af, maar verder zijn er in die stad niet veel opleidingsmogelijkheden voor hem. Op zeventienjarige leeftijd vertrekt hij naar Leiden en gaat hij in de leer bij timmerman/architect W. Kok op de Pieterskerkgracht. Het zal een ‘relatie’ van de familie zijn geweest, want Kok is ook afkomstig uit Zaltbommel. Jesse vertelt later over Kok:
Mijn leermeester dreef zo’n grote ouderwetse timmerzaak met ouderwetse klanten en oeroude timmerlieden … Nog dikwijls denk ik aan die man, wat ik toch aan hem verschuldigd ben.
In Leiden gaat hij in de kost bij hoofdstratenmaker Spijker, maar daar ontbreekt het aan de luxe die hij van huis uit gewend is. Na een half jaar trekt hij in bij zijn grootmoeder op Rapenburg 38, tegenover het Academiegebouw.
Naast zijn werk op de timmerwerkplaats, gaat hij elke avond van zes tot tien naar het Mathesis Scientiarum Genitrix (kortweg Mathesis of M.S.G. genoemd) voor lessen in tekenen en beschrijvende meetkunde. Deze school kwam voort uit het in 1785 opgerichte Genootschap der Beschouwende en Weldaadige Wiskunde met als motto Mathesis Scientiarum Genitrix, wat betekent wiskunde is de moeder der wetenschappen. Het is in die tijd een landelijke trend om dergelijke genootschappen op te richten met als streven de wiskundige kennis te verbeteren. Het Leidse genootschap start een eigen school met eigen ‘rekenboeken’. De school is een belangrijke factor geweest in de industriële ontwikkeling in en om Leiden. Na vele fusies is de M.S.G. opgegaan in het huidige ROC Leiden.
Na drie jaar haalt Jesse zijn diploma bij het M.S.G. en krijgt hij de kans om jongste tekenaar te worden bij de gerenommeerde architect Gerlof Bartholomeus Salm in Amsterdam. Zijn kennis van de architectuur schiet echter tekort en dat gaat hij in 1882 bijspijkeren op de Polytechnische School in Delft, de voorloper van de TU. Ondertussen blijkt hij ook talent te hebben voor de schilderkunst en haalt hij de MO-II akte rechtlijnig tekenen. Zijn toen behaalde onderwijsbevoegdheid komt hem later goed van pas als hij gaat lesgeven op de Teekenschool in Bodengraven.
Een vliegende start als architect
Zijn loopbaan als architect krijgt een vliegende start als hij -zo jong en onervaren als hij is- als 23-jarige in 1883 de prijsvraag wint voor de Nieuwe Kerk in Katwijk in neorenaissancestijl. Vanaf de eeuwwisseling tot in de jaren twintig is hij een vooraanstaand architect in de Leidse regio met gebouwen in Leiden, Katwijk, Noordwijk en Oegstgeest.
Jesse bouwt gedurende zijn leven in verschillende stijlen en gaat daarin mee met zijn tijd. Aan het begin van zijn carrière ontwerpt hij vooral publieke gebouwen, zoals kerken, raadhuizen en scholen in de Hollandse neorenaissancestijl. Die stijl is geïnspireerd door vormen uit de klassieke oudheid met zuilen, frontons, pilasters en ornamenten. ‘Hollands’ is het veelvuldig gebruik van baksteen. In de beginjaren van de 20e eeuw gaat Jesse samenwerken met de architect W. Fontein. Dit leidt tot bekende art-nouveaugebouwen in Leiden, met name woonwinkelpanden. Zijn latere periode kenmerkt zich door een meer persoonlijke, zakelijke stijl. Jesses laatst uitgevoerde werk is Huize Duinoord (1937/38) in Katwijk met een markant rood puntdak. Bijzonder is het ontbreken van dakgoten. Volgens Jesse niet nodig: er waaide alleen maar zand in! (Bron o.a: Wikipedia / 2026 en Jesse Stichting)
Gezin en het familiegraf op Rhijnhof
In 1890 – hij is dan 24 jaar oud – trouwt Jesse met Anna Adriana Meerburg, de dochter van de Katwijkse reder Dirk Meerburg. Zij krijgen twee kinderen Jan Jesse (1891) en Hendrik Johannes Jesse (1905).
In het familiegraf 000774-EOO-020 is in 1931 als eerste echtgenote Anna bijgezet. Hendrik Johannes volgt in de oorlogsjaren; hij overlijdt op 11 februari 1943. In 1969 wordt oudste zoon Jan Jesse begraven en in 1988 zijn echtgenote Herta Ida Jesse-Kunze. Jongste zoon Henk is de laatste die in het graf wordt bijgezet in 2001. Hij is eveneens een bekende Leidenaar, beroemd zendamateur en oudste ondernemer van Nederland (link naar de pagina van Hendrik Johannes Jesse Jr.).
De echtgenote van Henk – Johanna Carolina van der Upwich – is in 1978 begraven in een nabijgelegen graf 006185-EOO-024 (en haar zus Hermina Antonia van der Upwich een jaar later in 1979). De toenmalige rechthebbende gaf geen toestemming voor bijzetting van Johanna Carolina in het Jesse graf. Als Henk in 2001 op 96-jarige leeftijd overlijdt is de situatie veranderd. Hij is wel in het Jesse graf bijgezet en niet in dat van zijn echtgenote.
Fietsroutes langs gebouwen van Jesse
In Katwijk en binnenkort ook in Oegstgeest zijn (fiets)routes uitgezet langs gebouwen van Jesse:
Fietsroute langs de panden van architect H.J. Jesse in Katwijk
H.J. Jesse Architectuurroute in Oegstgeest (in ontwikkeling).











