Ezau Souhoka
Molukse veteraan van de Koninklijke Marine
Bij de Koninklijke Marine
Ezau Souhoka wordt op 3 oktober 1911 geboren op Ambon, een van de eilanden van de Molukken. Hij komt als 17-jarige in dienst bij de Koninklijke Marine, waar hij gestationeerd wordt op de marinebasis Oedjong in Soerabaja (tegenwoordig Ujung, Surabaya) op Java. Het is een van de belangrijkste marinehavens van Nederlands-Indië.
Ontberingen tijdens de Japanse bezetting
Ezau trouwt met Margaretha (Gita) Silooy. Tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in de Tweede Wereldoorlog is Ezau vanaf 1942 krijgsgevangene op het eiland Buru op de Molukken, waar hij vele ontberingen ondergaat. Zijn vrouw en inmiddels zes kinderen bleven achter in Soerabaja en zijn al die jaren onwetend waar Ezau gevangen zit.
Na de oorlog roepen inheemse Indonesiërs op 17 augustus 1945 de onafhankelijke Republik Indonesia uit. Tot aan de soevereiniteitsoverdracht in december 1949 woedt er een hevige strijd tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Indonesische vrijheidsstrijders (zie ook Nederland en de Molukken – Historische context). De Molukse marinemannen en KNIL-soldaten verkeren in een moeilijke positie. Zij die niet kiezen voor aansluiting bij het Indonesisch Nationaal Leger hopen dat zij op de Molukken gedemobiliseerd worden, waar op dat moment gestreden wordt voor een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken (Republik Maluku Selatan/RMS). Uiteindelijk besluit de Nederlandse Regering de Molukse militairen en marinemannen op last van een dienstbevel ’tijdelijk’ naar Nederland over te brengen met de belofte dat ze op een later moment terug kunnen keren naar de RMS. Tussen 21 maart en 22 juni 1951 brengen elf grote passagiersschepen met 12.500 Molukse KNIL-soldaten en marinemannen met hun gezinnen van Indonesië naar Nederland. De Molukse marinemannen worden niet uit militaire dienst ontslagen. Zij blijven in dienst van de Koninklijke Marine en worden aangeduid als “inlandse schepelingen”. Dit in tegenstelling tot de KNIL-soldaten, die direct na aankomst in Nederland uit militaire dienst worden ontslagen.
Het gezin Souhoko in Nederland
Als Ezau zich realiseert dat hij niet kan terugkeren naar Ambon kiest hij voor het ’tijdelijke’ verblijf in Nederland. Het gezin Souhoka maakt de overtocht met het passagierschip De Atlantis dat op 23 maart 1951 in Rotterdam aanmeert.
De familie wordt gehuisvest in Klundert, dat zij op 2 februari als gevolg van de Watersnoodramp, wederom alles achterlatend, halsoverkop moeten verlaten. Ze worden opgevangen in de koepelgevangenis van Breda om vervolgens overgebracht te worden naar een tijdelijk onderkomen in een pension in Bergen-Binnen. Al snel verhuizen ze naar Medemblik, waar ze gehuisvest worden in een voormalig woonoord van de marine. Ezau werkt dan in het Marine Opleiding Kamp (MOK) in Hilversum. In 1956 verhuist het gezin voor de laatste keer, nu naar Leiden. Tot zijn pensionering is Ezau daar werkzaam in burgerdienst bij de marine als militair werkman op de voormalige Kweekschool voor de Zeevaart aan het Noordeinde in Leiden, waar de Sociaal Medische Dienst van de marine gevestigd was.
Een graf op Rhijnhof
Ezau overlijdt op 25 september 1987 en wordt op Rhijnhof begraven in familiegraf 002532-EOO-054. Tien jaar later wordt ook zijn vrouw Margaretha in dit graf bijgezet. In 2013 wordt hun zoon Benjamin hier begraven; hij is in 1955 geboren in Hoorn.
Op Rhijnhof liggen zeven graven van Molukse veteranen van de Koninklijke Marine. In 2024 besluit het Leidse college van burgemeester en wethouders deze graven een beschermde en bijzondere status te geven. Zij garanderen het voortbestaan van de graven voor een periode van 30 jaar tot 2054. De grafrechten en onderhoudskosten zijn tot die periode door gemeente Leiden voldaan. Het is een teken van eerbetoon en eerherstel voor het leed dat de Molukkers van de eerste generatie is aangedaan na hun komst uit Indonesië naar Nederland in 1951.
Meer weten over de zeven Marine-Molukkers op Rhijnhof, klik dan op hun naam.



