Dominggus Pattiapon
Molukse veteraan van de Koninklijke Marine
De familienaam Pattiapon
Dominggus Pattiapon is geboren op 5 augustus 1921 in het dorp Galala op Ambon, een van de Molukse eilanden. Hij is de zoon van Lambertus Pattiapon en Leonora Paliama. De achternaam Pattiapon wordt alleen aan mensen gegeven die hebben bewezen dat ze zelfs in de meest moeilijke omstandigheden kunnen doorzetten. Iemand met de achternaam Pattiapon geeft niet op, maar blijft zoeken naar oplossingen en werkt onvermoeibaar door tot de doelen bereikt zijn. In 2016 droegen ongeveer 379 mensen de achternaam Pattiapon. De naam komt 275 keer voor in Indonesië, 102 keer in Nederland en één keer in Australië en Engeland.
Bij de Koninklijke Marine
Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, treedt Dominggus in dienst van de Koninklijke Marine als inheems leerling stoker. Na de opleiding op het pantserschip Hr.Ms. Soerabaja wordt hij bevorderd tot stoker 2de klasse. In 1942 vaart hij op de torpedojager Hr.Ms. Van Nes, wanneer het schip wordt aangevallen door Japanse vliegtuigen en ten onder gaat. Een deel van de bemanningsleden overleeft het. Zo ook Dominggus. Met zes bemanningsleden, waarvan twee gewond en bloedend, weten ze op een vlot te komen. De gewonde mannen vallen ten prooi aan haaien. De overigen worden na vier dagen dobberen op zee zonder eten en drinken gered door een Catalina, een Amerikaans watervliegtuig dat in de Tweede Wereldoorlog o.a. gebruikt wordt voor reddingsacties.
Bronzen Kruis
Dominggus wordt voor zijn moed en bijdrage aan de redding van de bemanningsleden op 20 mei 1943 onderscheiden met het Bronzen Kruis. Het Bronzen Kruis is een Nederlandse koninklijke onderscheiding, ingesteld bij Koninklijk Besluit van 11 juni 1940. Het wordt verleend aan hen die “moedig of beleidvol” optraden tegenover de vijand. De onderscheiding moet aan het front of op een of andere wijze “oog in oog met de vijand” worden verdiend.
Na de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in de Tweede Wereldoorlog roepen inheemse Indonesiërs op 17 augustus 1945 de onafhankelijke Republik Indonesia uit. Tot aan de soevereiniteitsoverdracht in december 1949 woedt er een hevige strijd tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Indonesische vrijheidsstrijders (zie ook: Nederland en de Molukken – Historische context). De Molukse marinemannen en KNIL-soldaten verkeren in een moeilijke positie. Zij die niet kiezen voor aansluiting bij het Indonesisch Nationaal Leger hopen dat zij op de Molukken gedemobiliseerd worden, waar op dat moment gestreden wordt voor een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken (Republik Maluku Selatan/RMS). Uiteindelijk besluit de Nederlandse Regering de Molukse militairen en marinemannen op last van een dienstbevel ’tijdelijk’ naar Nederland over te brengen met de belofte dat ze op een later moment terug kunnen keren naar de RMS. Tussen 21 maart en 22 juni 1951 brengen elf grote passagiersschepen in totaal 12.500 Molukse KNIL-soldaten en marinemannen met hun gezinnen van Indonesië naar Nederland. De Molukse marinemannen worden niet uit militaire dienst ontslagen. Zij blijven voor onbepaalde tijd bij de Koninklijke Marine werken en worden aangeduid als “inlandse schepelingen”. Dit in tegenstelling tot de KNIL-soldaten, die direct na aankomst in Nederland uit militaire dienst worden ontslagen.
Het gezin Pattiapon in Nederland
Dominggus maakt de reis naar Nederland op de S.S. Asturias samen met zijn echtgenote Maria Marietje Kroon met wie hij op 27 september 1947 in Jakarta is getrouwd. Op 23 april 1951 vertrekken ze en op 17 mei komen ze aan in Amsterdam.
Maria Marietje Kroon is op 1 februari 2017 geboren in Palembang op het eiland Sumatra. Op haar doopakte wordt alleen het geboortejaar genoteerd. De datum 1 februari heeft ze later zelf opgegeven bij de Burgerlijke Stand. Dominggus en Maria Marietje krijgen uiteindelijk dertien kinderen, zeven dochters en zes zonen. Dominggus is vaak op de vaart. Met zo’n groot gezin is het niet makkelijk voor zijn vrouw om de kinderen op te voeden in een vreemd land. Zij was zelf al jong wees geworden zonder verdere familie.
Ze wonen in 1951 eerst in een zgn. DUW-kamp in Arnhem. DUW-kampen waren werkverschaffingskampen van de Dienst Uitvoering Werken, die in 1944 door het Militair Gezag was opgericht ter regulering van de werkloosheid. Na de Tweede Wereldoorlog werden de kampen ook gebruikt voor de huisvesting van uit Indië repatriërende marinemensen en hun gezinnen.
Vanaf 1954 woont het gezin Pattiapon op diverse adressen in Leiden. Dominggus laatste woonadres is de Hofvliet in Voorschoten.
Een graf op Rhijnhof
Maria Marietje overlijdt al in 1985 op 58-jarige leeftijd en wordt begraven op Rhijnhof in familiegraf 006447-EOO-027. Dominggus overleeft haar meer dan 20 jaar en wordt in 2007 in het graf bijgezet.
Op Rhijnhof liggen zeven graven van Molukse veteranen van de Koninklijke Marine. In 2024 besluit het Leidse college van burgemeester en wethouders deze graven een beschermde en bijzondere status te geven. Zij garandeert het voortbestaan van de graven voor een periode van 30 jaar tot 2054. De grafrechten en onderhoudskosten zijn tot die periode door gemeente Leiden voldaan. Het is een teken van eerbetoon en eerherstel voor het leed dat de Molukkers van de eerste generatie is aangedaan na hun komst uit Indonesië naar Nederland in 1951.
Meer weten over de zeven Marine-Molukkers op Rhijnhof, klik dan op hun naam.




