Christiaan van Tongeren
Tijdens de Tweede Wereldoorlog met zes andere jongens gefusilleerd in de bossen bij Doldersum (gemeente Westerveld) in Drenthe.
Familie
Christiaan was de zoon van kolensjouwer Petrus van Tongeren en Sophia Springer. Ze woonden op Herengracht 136 en kregen 12 kinderen.
De Nederlandse Arbeidsdienst
In 1940 werd de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD) opgericht met als doel het Nederlandse volk op te voeden in het nationaalsocialistische gedachtengoed en om mannen en vrouwen aan het werk te zetten in Nederland. Eerst was dat vrijwillig, maar vanaf april 1942 moesten jongens als ze 18 jaar werden verplicht een half jaar in ongewapende dienstplicht.
In het hele land werden daartoe Arbeidskampen gebouwd. Het werk bestond meestal uit landbouwwerkzaamheden en ontginningen. De mannen moesten ook exerceren met een schop aan de schouder. De tewerkstelling in Nederland werd meer en meer een springplank naar de Arbeitseinsatz, waarbij mannen dwangarbeid in Duitsland moesten verrichten, veelal in de oorlogsindustrie.
Chris komt terecht in Arbeidskamp Vledder in Drenthe
Er worden razzia’s gehouden om dienstplichtigen die zich niet vrijwillig meldden op te pakken. Chris en zijn broer Piet hielden zich dan schuil in een kast in het ouderlijk huis. Zo ontsprongen zij een aantal keren de dans. Uiteindelijk wordt Chris in 1944 toch tewerkgesteld in Arbeidskamp Vledder in Drenthe.
Chris en zijn mede tewerkgestelden moesten vooral aardappels rooien op de velden van omliggende boerderijen, veelal die van NSB boeren. Het regime was mild. Ze kregen kleding, eten en hadden zondag vrij en mochten dan zelfs van het terrein af.
7 en 8 september 1944
Donderdag 7 september 1944, twee dagen na Dolle Dinsdag, worden een aantal jongens benaderd door het verzet. Of ze interesse hebben om onder te duiken. Dan zouden ze eerst worden verstopt in vier ondergrondse holen in het bos bij Doldersum om vervolgens te worden ondergebracht op onderduikadressen. Er was in de holen plaats voor twaalf man. Het verhaal ging als een lopend vuurtje door het kamp. Velen wilden weg, omdat het gerucht ging dat ze binnenkort overgebracht zouden worden naar arbeidskampen in Duitsland.
Diezelfde nacht is er een overval van een verzetsgroep in het kamp. Uiteindelijk gaan maar liefst 21 jongens mee de vrijheid tegemoet. Christiaan kruipt samen met acht andere jongens in het vierde en laatste hol. De volgende middag wordt juist dat hol ontdekt door de Duitse Sicherheitsdienst. Twee jongens worden gespaard om de andere holen aan te wijzen, die echter niet worden gevonden. De zeven andere jongens onder wie Christiaan van Tongeren worden ter plekke gefusilleerd nadat ze eerst waren afgeranseld. Een van hen overleeft het.
De stoffelijke overschotten worden ‘s avonds overgebracht naar het kamp. Vier dagen later, op 11 september, worden de jongens op diverse plekken begraven. Chris wordt begraven op de algemene begraafplaats van Vledder.
Na de oorlog wordt Chris opgegraven om op 11 oktober 1945 te worden herbegraven op Rhijnhof. Het verhaal gaat dat hij per trein naar Leiden kwam en zijn vader hem vanaf het station op een platte kar naar de begraafplaats heeft gebracht. Daar wordt hij om 14.30 uur begraven in een algemeen graf “Klasse 2, grafnummer 269 kist 4”. Op hetzelfde tijdstip als waarop hij 18 jaar eerder in 1926 ter wereld kwam.
Triest is het om te weten dat tijdens en meteen na Dolle Dinsdag de arbeidskampen leeg liepen. Op 10 september 1944 werd de NAD opgeheven. De ontsnapping was waarschijnlijk niet nodig geweest.
Twee monumenten in Doldersum
In 1948 plaatste de gemeente Vledder een monument op het hol van de omgekomen jongens. Daarop stond een verkeerde datum en een onjuist aantal slachtoffers. Op 4 mei 1995 wordt een nieuw monument met de juiste gegevens onthuld. Langs het pad richting het monument staan foto’s van de zes slachtoffers en van de overlevende. Bij het monument wordt jaarlijks een herdenking gehouden.
Het monument op Rhijnhof
Rond 2015 gaat Denise van der Horst-van Tongeren op zoek naar het trieste levensverhaal van haar oudoom. Zij schrijft er een boekje over met als titel ‘Gestorven Trots’ (2016, uitgave in eigen beheer via ‘jouw boekje’ / ISBN 978 90 8759 598 2).
Tijdens haar speurtocht komt ze ook naar begraafplaats Rhijnhof, waar de medewerkers de documenten van Christiaans herbegrafenis in het archief kunnen traceren. Daarmee is de locatie van het graf achterhaald, maar het (algemene) graf blijkt in 1961 geruimd. De stoffelijke resten zijn herbegraven in een verzamelgraf ergens op Rhijnhof. De exacte plek is niet bekend.
Tien jaar later, in 2026, is er op Rhijnhof een gedenkteken opgericht voor Christiaan van Tongeren, vlak bij de plek waar hij van 1945 tot 1961 begraven lag. Het monument van (materiaal…) heeft eenzelfde kruisvorm als het eerste monument in Doldersum uit 1948. Voor het gedenkteken is een zgn. ‘circle stone’ gebruikt: een hergebruikt grafmonument als duurzaam alternatief voor een nieuwe steen uit bijvoorbeeld India of China. Het is ontworpen door Nina Kleingeld van Stikstof Studio en uitgevoerd door Keuzekamp & Marcelis gedenktekens. Het kwam mede tot stand met een financiële bijdrage van de gemeente Leiden.
Een oude Ierse zegen
Op het gedenkteken staat een oude Ierse zegen voor reizigers om ze een behouden reis te wensen. Het is een geliefd lied geworden bij begrafenissen en het is vaak gezongen tijdens de jaarlijkse herdenkingen bij het monument in Doldersum.
Oorlogsslachtoffer
Christiaan van Tongeren is een bij de Oorlogsgravenstichting geregistreerd oorlogsslachtoffer. Oorlogsslachtoffers zijn burgers en militairen die in de strijd met de vijand of door hun handelingen of houding tegenover de vijand het leven hebben verloren. Ook mensen die tijdens de door de vijand opgelegde internering of vervolging overleden zijn, worden ertoe gerekend.



